EU sluit de poorten: ‘Made in Europe’-plan

Het streven van de Europese Unie naar industriële soevereiniteit liep vandaag op het laatste moment op een dramatische hindernis, toen de Europese Commissie de onthulling van haar baanbrekende Industrial Accelerator Act (IAA) uitstelde tot 4 maart 2026.

0
33
EU leaders image

BRUSSEL – In een beweging die een aardverschuiving in de Europese economische filosofie signaleert, hebben de EU-leiders vorige week formeel hun goedkeuring gehecht aan een ingrijpend industrieel plan ‘Made in Europe’, dat tot doel heeft de afhankelijkheid van de EU van buitenlandse mogendheden in cruciale sectoren aanzienlijk te verminderen. Het initiatief, dat al meer dan tien jaar door Frankrijk wordt verdedigd en nu ook door een nieuw bezorgd Duitsland wordt omarmd, betekent een beslissende afwijking van het langdurige streven van de EU naar onbelemmerde vrijhandel.

De voorgestelde “Industrial Accelerator Act”, die op 25 februari formeel zal worden ingediend, heeft tot doel het aandeel van de productiesector in de EU-economie tegen 2035 te verhogen van 14% naar 20%. Een van de belangrijkste bepalingen is het vaststellen van minimumdrempels voor in Europa geproduceerde onderdelen in strategisch belangrijke technologieën zoals hernieuwbare energie, batterijen en elektrische voertuigen, waarbij sommige cruciale sectoren mogelijk te maken krijgen met lokale inhoudseisen van wel 70% als voorwaarde voor overheidssteun.

“China heeft ‘Made in China’, de VS heeft ‘Buy American’ en Canada heeft ‘Buy Canadian’”, verklaarde Thierry Breton, EU-commissaris voor de Interne Markt, waarmee hij een sentiment verwoordde dat op het hele continent veel steun heeft gekregen. “Het is tijd dat Europa voor zichzelf opkomt en een soortgelijk plan invoert.”

Van idealisme naar pragmatisme: een decennium in de maak

De weg naar deze protectionistische ommezwaai was lang en vaak omstreden. De “Sorbonne-toespraak” van de Franse president Emmanuel Macron in 2017 legde de intellectuele basis voor “Europese soevereiniteit” en pleitte voor minder afhankelijkheid op het gebied van defensie, energie en technologie. Jarenlang stuitten deze voorstellen echter op weerstand, vooral van Duitsland, een fervent voorstander van vrijhandel en een land waarvan de industriële kracht is gebaseerd op export.

Het keerpunt was volgens waarnemers de grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland in 2022. De daaropvolgende energiecrisis legde op brute wijze de kwetsbaarheid van Europa bloot, met name de energie-intensieve productiebasis van Duitsland, die afhankelijk was geworden van goedkoop Russisch gas. Tegelijkertijd versterkte een stortvloed aan goedkope Chinese producten, van zonnepanelen tot elektrische voertuigen, de bezorgdheid over deïndustrialisering, waardoor Duitsland zijn traditionele standpunt moest heroverwegen.

“De oorlog legde bloot in hoeverre grote delen van de Europese productiebasis afhankelijk waren van goedkoop Russisch gas”, aldus een EU-analist. “In combinatie met het toenemende protectionisme wereldwijd en de toegenomen concurrentie van China voelde de industriële ruggengraat van Duitsland zich echt bedreigd. Het idee van ‘Koop Europees’ leek plotseling niet meer zo radicaal.”

Interne verdeeldheid en het tegenvoorstel “Made With Europe”

Ondanks de nieuwe consensus blijft er aanzienlijke interne verdeeldheid bestaan. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz pleit voor een bredere “Made with Europe”-benadering, waarbij ook landen van de Europese Economische Ruimte (EER) zoals Noorwegen en IJsland, en mogelijk zelfs andere “gelijkgestemde” handelspartners zouden kunnen deelnemen. Merz en andere exportgerichte economieën, met name in Scandinavië en de Baltische staten, waarschuwen dat te strikte regels het risico met zich meebrengen dat protectionistische barrières worden opgeworpen, de handel wordt belemmerd, de kosten worden opgedreven en cruciale bondgenoten worden vervreemd.

“Het plan druist volledig in tegen de principes van de interne markt door de vrije handel te beperken”, waarschuwde een diplomaat uit een Baltische staat, waarmee hij de wijdverbreide bezorgdheid weerspiegelde dat het dwingen van Europese bedrijven om duurdere Europese componenten te gebruiken, de inflatie zou kunnen aanwakkeren en investeringen zou kunnen ontmoedigen. Deze critici stellen dat de EU zich in plaats daarvan moet richten op interne hervormingen, zoals het wegnemen van handelsbarrières binnen de EU en het samenvoegen van kapitaalmarkten, om het algemene concurrentievermogen te vergroten.

De toekomst van de Europese industrie

Niettemin lijkt het momentum achter een of andere vorm van “Made in Europe”-beleid onomkeerbaar. De prevalentie van soortgelijke maatregelen in de VS (“Buy American”) en China (“Made in China 2025”) heeft een wereldwijd landschap gecreëerd waarin strategisch industriebeleid steeds meer als een noodzaak wordt gezien in plaats van als een uitzondering.

Nu de deadline van 25 februari nadert, zullen alle ogen gericht zijn op de details van de Industrial Accelerator Act. Het delicate evenwicht tussen het bevorderen van strategische autonomie en het vermijden van verlammend protectionisme zal bepalend zijn voor de economische koers van Europa in de komende decennia. De vraag is nu niet of Europa zijn vesting zal bouwen, maar hoe hoog de muren zullen zijn en wie er binnen zal worden uitgenodigd.